ECLI:NL:RVS:2017:83
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens overschrijding huurtoeslagtermijn
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die zijn beroep niet-ontvankelijk verklaarde en zijn verzoek om schadevergoeding afwees. De Belastingdienst/Toeslagen had de huurtoeslag over 2011 vastgesteld op een lager bedrag dan het voorschot en het verschil teruggevorderd.
Appellant stelde dat de Belastingdienst/Toeslagen de in artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) gestelde termijn voor vaststelling van de huurtoeslag had overschreden, wat hem immateriële en materiële schade had berokkend. Hij vorderde daarom schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb Pro en heffingsrente.
De Afdeling oordeelde dat de enkele overschrijding van de termijn niet leidt tot aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW Pro, en dat appellant geen aanvullende feiten had gesteld die onrechtmatigheid aannemelijk maken. Ook het verzoek om heffingsrente werd afgewezen, aangezien de Belastingdienst/Toeslagen reeds rente had vergoed. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de termijn voor vaststelling huurtoeslag wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.