ECLI:NL:RVS:2017:87
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij herziening toevoeging rechtsbijstand
Bij besluit van 6 augustus 2014 herzag de raad de eerder verleende toevoeging rechtsbijstand en bepaalde dat belanghebbende de vergoeding van € 910,11 aan de raad moest terugbetalen. Na bezwaar verklaarde de raad dit besluit op 22 oktober 2014 vervallen, waardoor de toevoeging en vergoeding bleven bestaan.
Appellant, werkzaam bij een advocatenkantoor, stelde dat het bezwaarschrift ten onrechte als beroepschrift naar de rechtbank Noord-Nederland was doorgezonden en dat hij als kantoorhouder belanghebbende was. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van belanghebbende en oordeelde dat de rechtbank Noord-Nederland bevoegd was.
De Afdeling oordeelde dat het besluit correct aan belanghebbende was bekendgemaakt, dat de rechtbank Den Haag bevoegd was, maar dat appellant geen rechtstreeks belang had bij het besluit. Het beroep werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtstreeks belang bij het besluit.