ECLI:NL:RVS:2018:3322
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- E. Helder
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand na overschrijding normbedrag
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het besluit van de raad voor rechtsbijstand bevestigde om een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand in te trekken. De toevoegingen waren verleend voor verschillende procedures rondom een echtscheiding en boedelscheiding.
De raad had de toevoegingen ingetrokken omdat het resultaat van de verleende rechtsbijstand het normbedrag overschreed, zoals bepaald in artikel 34g van de Wet op de rechtsbijstand. De advocaat stelde dat het resultaat van de tweede toevoeging onjuist was beoordeeld, omdat zij vond dat het totale resultaat van alle procedures samen moest worden meegewogen.
De Raad van State oordeelde echter dat alleen het resultaat van de zaak waarvoor de specifieke toevoeging is verleend relevant is. De tweede toevoeging betrof alleen het hoger beroep tegen een beschikking over de boedelscheiding, niet de kortgedingprocedure over de verkoop van de woning. De vaststellingsovereenkomst die uit de kortgedingprocedure voortkwam, kon daarom niet worden meegeteld bij de beoordeling van de tweede toevoeging.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de intrekking van de tweede toevoeging terecht ongedaan is gemaakt omdat het financiële resultaat van die specifieke zaak het normbedrag niet overschrijdt. De advocaat kan daarom niet haar normale tarief in rekening brengen maar slechts de forfaitaire vergoeding op basis van de toevoeging.
Uitkomst: De intrekking van de tweede toevoeging is terecht ongedaan gemaakt; de advocaat kan geen hogere kosten declareren.