ECLI:NL:RVS:2017:925
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vennootschappen vrijgesteld van boetes wegens grensoverschrijdende dienstverrichting zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde op 13 augustus 2014 aan twee vennootschappen elk een boete van €152.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De vennootschappen stelden dat de vreemdelingen onder toezicht en leiding van de Bulgaarse vennootschap 2 stonden, waardoor sprake was van een grensoverschrijdende dienstverrichting en geen vergunning vereist was. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de vennootschappen gingen in hoger beroep.
De Raad voor de Rechtspraak onderzocht het criterium toezicht en leiding aan de hand van het arrest Vicoplus en het arrest Martin Meat van het Hof van Justitie. Uit verklaringen van vreemdelingen, deskundigen en ambtelijke rapporten bleek dat de Bulgaarse voorman van vennootschap 2 de werkinstructies gaf en leiding voerde, terwijl vennootschap 1 slechts controles uitoefende als klant.
De Raad concludeerde dat niet was voldaan aan het criterium toezicht en leiding door vennootschap 1 en dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd dat de vennootschappen de Wet arbeid vreemdelingen hadden overtreden. De boetes werden vernietigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De boetes opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen worden vernietigd omdat niet is voldaan aan het criterium toezicht en leiding voor terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.