ECLI:NL:RVS:2017:938
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek om uittreksel uit basisregistratie personen door ouder met gezag
Een appellant verzocht het college om een uittreksel uit de basisregistratie personen (brp) van zijn zoon, die bij zijn moeder woont. Het verzoek werd afgewezen omdat de moeder een beperking op de verstrekking van gegevens aan derden had ingesteld. De appellant stelde dat hij als ouder met ouderlijk gezag geen derde is en daarom recht heeft op het uittreksel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gezag niet betekent dat de ouder juridisch in de plaats treedt van het kind en dat bij gezamenlijk gezag en bezwaren van de andere ouder de appellant niet bevoegd is om het uittreksel alleen te verkrijgen. De beperking die door de moeder was ingesteld, maakt dat de appellant als derde moet worden beschouwd.
Verder werd geoordeeld dat het verzoek terecht werd beoordeeld aan de hand van de artikelen 3.6 en 3.9 van de Wet brp, die van toepassing zijn op verzoeken van derden. De Afdeling verwierp ook het betoog dat het college misbruik van bevoegdheid had gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om een uittreksel uit de basisregistratie personen werd afgewezen vanwege de door de moeder ingestelde beperking en het ontbreken van toestemming.