Eiseres heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, waarin het college weigerde persoonsgegevens te verstrekken over de heer, de vader van haar zoon. Het eerste besluit dateert van 9 november 2021 en het tweede van 19 januari 2022. Eiseres stelt dat het college ten onrechte de gegevens niet heeft verstrekt, mede omdat zij geen toestemming kan verkrijgen van de heer en haar zoon op grond van internationale verdragen recht zou hebben op deze gegevens.
De rechtbank heeft de beroepen op 11 augustus 2022 behandeld en beoordeelt dat het college op grond van artikel 4.4 van de Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) slechts persoonsgegevens mag verstrekken indien voldaan is aan specifieke voorwaarden, waaronder schriftelijke toestemming van de betrokkene. Geen van deze voorwaarden is hier vervuld, waardoor het college niet discretionair kon besluiten tot verstrekking.
De rechtbank oordeelt tevens dat het Valkenhorst-arrest, waarop eiseres zich beroept, niet strekt tot het recht op verstrekking van deze persoonsgegevens in deze situatie. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden van eiseres en haar zoon, prevaleert de wettelijke bescherming van persoonsgegevens. Ook de vermeende onzorgvuldigheden in de besluiten leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 9 september 2022.