ECLI:NL:RVS:2017:979
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs ondanks belangen minderjarige kinderen
De burgemeester heeft bij besluit van 28 september 2015 de woning van appellant gesloten voor 12 maanden vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden harddrugs. Appellant verbleef ten tijde van het besluit in detentie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze sluiting ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van zijn twee minderjarige kinderen, die na sluiting gescheiden van hem zouden leven.
De Raad van State overwoog dat de burgemeester bevoegd was de woning te sluiten op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, en dat de sluiting in overeenstemming was met het handhavingsbeleid. Uit het politieproces-verbaal bleek dat er een handelshoeveelheid harddrugs aanwezig was, wat een ernstig geval vormde dat sluiting rechtvaardigde. De belangen van de minderjarige kinderen waren meegewogen, aangezien zij niet in de gesloten woning verbleven maar bij hun moeder, en opvang door grootouders was geregeld.
De Raad van State concludeerde dat de sluiting geen onevenredige inbreuk vormde en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor 12 maanden wegens handel in harddrugs ondanks het bezwaar over de belangen van minderjarige kinderen.