ECLI:NL:RVS:2018:1007
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens onjuiste veilige derde land beoordeling
De staatssecretaris verklaarde de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat Koeweit als veilig derde land werd aangemerkt. De rechtbank bevestigde dit besluit, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was omdat deze zich baseerde op een eerdere uitspraak waarin de veilige derde land-status van Koeweit werd verworpen. Hierdoor was het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het toepasselijke bestuursrecht.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdeling.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het toepassen van het veilige derde land-criterium in asielprocedures.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren wegens Koeweit als veilig derde land is vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.