ECLI:NL:RVS:2018:1035
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik Wob-verzoek en vernietiging besluit minister
Op 2 juni 2016 diende wederpartij een Wob-verzoek in bij de minister van Algemene Zaken, waarin hij uitgebreide informatie vroeg over de erkenning van de Armeense genocide door Nederland en de relatie met Turkije en de EU. De minister stelde het verzoek buiten behandeling wegens vermeend misbruik van recht. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde echter dat er geen sprake was van misbruik en verklaarde het beroep gegrond, waarbij een dwangsom werd opgelegd en de minister werd opgedragen alsnog te beslissen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat feiten en omstandigheden na het verstrijken van de beslistermijn wel mogen worden betrokken bij de beoordeling van misbruik van recht. Uit het dossier bleek dat wederpartij in korte tijd dertien omvangrijke en overlappende Wob-verzoeken had ingediend, onvoldoende had meegewerkt aan specificatie, en de minister onnodig belastte.
Daarnaast was de handelwijze van wederpartij gericht op het frustreren van de goede gang van zaken binnen het ministerie, onder meer door ingebrekestellingen naar verkeerde faxnummers te sturen en na het verstrijken van de beslistermijn direct dwangsommen te eisen. De Afdeling concludeerde dat het Wob-verzoek en de rechtsmiddelen misbruikt waren en verklaarde het beroep wegens niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Het besluit van 20 december 2017 waarin de minister alsnog inhoudelijk besliste, werd vernietigd omdat het op basis van de vernietigde uitspraak was genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wegens niet-tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en het besluit van de minister wordt vernietigd.