ECLI:NL:RVS:2018:1060
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken contra-indicatie kamerbewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard wees de aanvraag van appellant om een urgentieverklaring af op grond van een advies van een gespecialiseerd bureau dat geen medische of psychosociale noodzaak voor zelfstandige woonruimte zag. Appellant, die vanwege een ernstig verstoorde relatie met zijn vader en psychosociale problemen geen vaste woonplaats had, voerde aan dat het bureau niet onafhankelijk en onvoldoende deskundig was en dat er sprake was van een contra-indicatie voor kamerbewoning.
De Afdeling oordeelde dat het advies van het bureau, dat ruime ervaring en deskundigheid op medisch en psychosociaal gebied heeft, als objectief en onpartijdig kon worden beschouwd. De door appellant overgelegde verklaringen van zijn behandelaar boden geen concrete aanwijzingen voor een contra-indicatie. Ook het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat appellant dit betoog bij de rechtbank had laten vallen.
De Afdeling concludeerde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat appellant zelfredzaam is en zijn woonprobleem kan oplossen door het zoeken van onzelfstandige woonruimte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.