ECLI:NL:RVS:2018:110
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer ondanks aanhouding op eigen erf
Appellant werd op 28 oktober 2015 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 560 µg/l op verdenking van overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het CBR legde hem daarop een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op. Appellant betwistte dat hij als bestuurder had gehandeld en voerde aan dat de aanhouding op zijn eigen erf plaatsvond, waardoor de Wegenverkeerswet niet van toepassing zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het CBR terecht uitging van de juistheid van de processen-verbaal en dat het niet vereist is dat het voertuig op de openbare weg werd bestuurd. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte getuigenverhoor had afgewezen en dat het horen van verbalisanten noodzakelijk was om de juistheid van het proces-verbaal te betwisten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Uit de processen-verbaal bleek dat appellant het voertuig startte en zich enkele meters bewoog, wat voldoende is om als bestuurder te worden aangemerkt, ook al was hij door een politieauto van de openbare weg weerhouden. De Afdeling verwierp het betoog dat de Wegenverkeerswet niet van toepassing zou zijn op het eigen erf en oordeelde dat het CBR terecht de EMA oplegde op grond van het hoge ademalcoholgehalte.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het CBR terecht een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer oplegde aan appellant.