ECLI:NL:RBROT:2021:4197
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer na bestuurdershandelingen onder invloed
Op 16 augustus 2019 werd eiser aangehouden op verdenking van het besturen van een motorvoertuig onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 415 µg/l. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde daarop een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) op, welke door eiser werd bestreden.
De rechtbank overwoog dat het bestuursrechtelijke criterium voor het opleggen van een EMA niet vereist dat de bestuurder wettig en overtuigend bewezen is, maar dat met voldoende mate van zekerheid moet worden vastgesteld dat eiser bestuurdershandelingen verrichtte onder invloed. Uit getuigenverklaringen en politieprocessen-verbaal bleek dat eiser heeft geprobeerd de auto na het ongeval weg te rijden, wat voldoende is om als bestuurder te worden aangemerkt.
Hoewel eiser stelde dat hij slechts hielp met het weghalen van het voertuig en niet reed, vond de rechtbank de verklaringen van getuigen overtuigend en zag geen noodzaak tot nader getuigenverhoor. De rechtbank concludeerde dat de EMA terecht is opgelegd en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer.