ECLI:NL:RVS:2018:1111
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening toeslagen wegens erkende huurovereenkomst
De zaak betreft het geschil over de herziening van de voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2016 door de Belastingdienst/Toeslagen. De dienst had de toeslagen op nihil gesteld omdat zij [persoon] als toeslagpartner van appellant aanmerkte, op grond van inschrijving op hetzelfde adres en het ontbreken van bewijs van een zakelijke huurovereenkomst.
Appellant voerde aan dat er wel degelijk een schriftelijke huurovereenkomst bestond, gedateerd 9 januari 2012, waarin [persoon] een kamer huurt van appellant. Dit werd bevestigd door een afschrift met een stempel van het belastingkantoor, waardoor de Afdeling oordeelde dat appellant de overeenkomst had gesloten en dat deze geldig was.
De Afdeling stelde vast dat de huurovereenkomst voldoende specifiek was en dat er geen ministeriële regeling was die aanvullende eisen stelde. Hierdoor viel [persoon] onder de uitzondering van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir en mocht zij niet als toeslagpartner worden aangemerkt.
De Afdeling vernietigde het besluit van 8 oktober 2016 en het primaire besluit van 22 augustus 2016 en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst om de toeslagen te herzien wordt vernietigd en het primaire besluit wordt herroepen.