ECLI:NL:RVS:2018:1218
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door ontbreken tewerkstellingsvergunningen
De minister legde op 2 februari 2016 aan appellanten boetes op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij zonder tewerkstellingsvergunning Bulgaarse arbeidskrachten ter beschikking stelden. Na gedeeltelijke herziening van de boetes door de minister, verklaarde de rechtbank de beroepen van appellanten ongegrond.
Appellanten voerden onder meer aan dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat appellant sub 2 als feitelijk leidinggever van appellant sub 1 kon worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris dit wel degelijk deugdelijk had gemotiveerd, mede op basis van getuigenverklaringen en een boeterapport van de arbeidsinspectie.
Verder betwistten appellanten de noodzaak van tewerkstellingsvergunningen voor de Bulgaarse arbeidskrachten. De Raad van State bevestigde dat het Unierecht geen vrijstelling biedt voor Bulgaarse onderdanen en dat de eis van een tewerkstellingsvergunning niet in strijd is met het Unierecht. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes wegens het ontbreken van tewerkstellingsvergunningen en wijst de hoger beroepen af.