ECLI:NL:RVS:2018:1314
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herroeping handhavingsbesluit voor mestkelder zonder vergunning
Het geschil betreft een handhavingsbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Giessenlanden dat de verwijdering van een zonder vergunning gebouwde jongveestal en mestkelder gelastte. Na een eerdere herroeping van het handhavingsbesluit voor de schuur, bleef de mestkelder onderwerp van discussie omdat deze niet onder de verleende omgevingsvergunning viel.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de mestkelder betrof wegens onvoldoende motivering. Het college herzag daarop het besluit met een gewijzigde motivering, stellende dat de mestkelder in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat er zicht is op legalisering doordat een vergunningaanvraag kan worden ingediend.
Appellant betoogde dat geen zicht op legalisering bestond en dat de mestkelder niet in overeenstemming was met het bestemmingsplan. De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van een concrete vergunningaanvraag niet uitsluit dat zicht op legalisering kan bestaan en bevestigde dat het perceel een aanzet tot een reëel agrarisch bedrijf vormt.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee het herroepen handhavingsbesluit voor de mestkelder rechtsgeldig is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het herroepen handhavingsbesluit voor de mestkelder wordt bevestigd.