ECLI:NL:RVS:2006:AY4229
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving tuinmuur en bijgebouw Maasdriel wegens onjuiste toepassing vergunningregels
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde appellant op 4 januari 2005 een last op om een tuinmuur en de aanzet tot uitbreiding van een bijgebouw op zijn perceel af te breken, met een dwangsom van €10.000. Na bezwaar en een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit handhaafde, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de tuinmuur niet als vergunningvrije perceelsafscheiding kon worden aangemerkt omdat deze vóór de bebouwingsgrens was geplaatst, waardoor het college terecht handhavend kon optreden. Echter, het college had ten onrechte het concrete uitzicht op legalisatie onvoldoende betrokken bij de handhavingsbeslissing, terwijl een deel van de muur inmiddels vergund was.
De Raad stelde vast dat het besluit van 21 juni 2005 in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het college de last niet in redelijkheid ongewijzigd kon handhaven gezien het uitzicht op legalisatie. Daarom werd het besluit vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college tot afbraak van de tuinmuur en bijgebouw wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.