ECLI:NL:RVS:2018:1357
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing tweede sub-branche marktvergunning
Appellant heeft een marktvergunning voor de markt aan de Herman Costerstraat en wilde een tweede sub-branche voor de marktdagen maandag, woensdag en vrijdag verkrijgen. Het college wees deze aanvraag op 23 augustus 2016 af, stellende dat het een herhaalde aanvraag betrof. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de aanvraag verschillende dagen betrof, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor de tweede sub-branche.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn bezwaar niet onafhankelijk was behandeld en dat hij recht had op twee sub-branches, met bewijs van daadwerkelijke verkoop van ongeregelde handel. De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen aanwijzingen voor partijdigheid bij de bezwaarschriftencommissie en bevestigde dat volgens het Branchebesluit vergunninghouders slechts in één hoofdbranche en maximaal twee sub-branches actief mogen zijn, waarbij het college een gevarieerd marktaanbod wil waarborgen.
De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij ongeregelde handel op de markt aan de Herman Costerstraat verkocht, mede gelet op zijn verkoopactiviteiten op andere markten. Tevens was het maximaal aantal vergunningen voor Variatiehandel op die markt bereikt. Daarom was het college gerechtvaardigd appellant de tweede sub-branche te weigeren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, bevestigd. De rechtsgevolgen van het besluit van 24 oktober 2016 blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.