ECLI:NL:RVS:2018:1366
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herberekening kindgebonden budget
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kindgebonden budget van appellante over 2016 herberekend en vastgesteld op €73,00, omdat zij een toeslagpartner zou hebben. Appellante betwist dit en maakte bezwaar. Dit bezwaar werd door de Belastingdienst niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij het bezwaarschrift tijdig had verzonden, maar de Belastingdienst kon dit niet aantonen door het ontbreken van een poststempel. De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van de enveloppe en poststempel voor rekening van de Belastingdienst komt, waardoor het bezwaar geacht moet worden tijdig ter post te zijn bezorgd.
Echter, het bezwaar moest uiterlijk binnen een week na het verstrijken van de termijn ontvangen zijn. Het bezwaar werd pas op 27 februari 2017 ontvangen, wat te laat was. De stempels op het bezwaar bevestigen dit. Het betoog van appellante over ongelijkheid in bewijsopdracht faalde. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.