ECLI:NL:RVS:2018:1441
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kosten bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huisvuilzak
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 24 oktober 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die op een niet toegestane dag aan de openbare weg was geplaatst. In de zak werd een brief met de naam en adresgegevens van appellante aangetroffen, waardoor het college haar als overtreder aanmerkte en een deel van de kosten (€126,00) aan haar toerekende.
Appellante erkende dat de huisvuilzak van haar was, maar betwistte dat zij deze op de verkeerde dag had aangeboden. Zij stelde dat zij de zak op de juiste inzameldag had geplaatst en vermoedde dat een buurtbewoner de zak had verplaatst. Zij wilde deze persoon als getuige horen en stelde dat haar recht op een eerlijk proces en de bewijslastverdeling volgens artikel 6 EVRM Pro waren geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college terecht aannam dat appellante de overtreder was, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een ander de zak verkeerd had aangeboden. De enkele stelling van verplaatsing en melding door een buurtbewoner was onvoldoende. Verder is de opgelegde vergoeding geen straf, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van kosten voor bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van een huisvuilzak is ongegrond verklaard.