ECLI:NL:RVS:2018:1467
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van het éénvergunningstelsel voor instantloterijen en de transparantie van vergunningverlening
De zaak betreft hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag die het besluit van de Kansspelautoriteit (KSA) vernietigden om de vergunning voor het organiseren van instantloterijen onderhands aan Lotto te verlenen. De appellanten, waaronder KSA, Lotto en brancheorganisaties, stelden dat de vergunningverlening niet via een transparante procedure hoefde te verlopen omdat Lotto een particuliere exploitant is die onder strenge overheidscontrole staat.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of het éénvergunningstelsel voor instantloterijen in overeenstemming is met artikel 56 van Pro het VWEU, dat beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de EU verbiedt. Uit jurisprudentie volgt dat een dergelijk stelsel gerechtvaardigd kan zijn als het een dwingende reden van algemeen belang dient, geen onderscheid naar nationaliteit maakt en evenredig is.
De Raad concludeerde dat het Nederlandse kansspelbeleid, gericht op het voorkomen van kansspelverslaving, consumentenbescherming en het tegengaan van criminaliteit, een geldige rechtvaardigingsgrond vormt. Het éénvergunningstelsel maakt geen onderscheid naar nationaliteit en is evenredig, mede gelet op verschillen met andere kansspelcategorieën zoals speelautomaten en goede doelen loterijen.
Verder oordeelde de Raad dat Lotto een particuliere exploitant is waarop de overheid via een bijzondere relatie en benoeming van commissarissen een strenge controle kan uitoefenen. Dit blijkt uit de statuten van Lotto en de feitelijke invulling van de rol van commissaris D, die namens de minister invloed heeft op het kansspelbeleid van Lotto. Hierdoor is transparantie van de vergunningverlening niet vereist en mag de vergunning onderhands worden verleend.
De Raad verklaarde de hoger beroepen van KSA en Lotto gegrond, vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde de beroepen van EGBA, MRGC, Lottovate en Trannel ongegrond. Tevens werden besluiten van KSA die bezwaren niet-ontvankelijk verklaarden vernietigd.
Uitkomst: De vergunning voor instantloterijen mocht onderhands aan Lotto worden verleend omdat de overheid strenge controle op Lotto uitoefent.