ECLI:NL:RVS:2018:1484
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toevoeging rechtsbijstand in complexe strafzaak Wilders
Bij besluit van 6 juni 2016 weigerde de raad voor rechtsbijstand de aanvraag van [wederpartij] voor een toevoeging voor rechtsbijstand door mr. Sluiter in de strafzaak tegen G. Wilders. De rechtbank Amsterdam verklaarde dit besluit onterecht en kende de toevoeging toe, waarbij zij oordeelde dat de complexiteit van het strafproces en de vordering de toevoeging rechtvaardigden. De raad stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat het incidenteel hoger beroep van Sluiter niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. De raad betoogt dat Slachtofferhulp Nederland (SHN) wel rechtsbijstand kon verlenen en dat de complexiteit van de vordering los moet worden gezien van de aard van het strafproces. De Afdeling oordeelt dat hoewel de rechtbank onjuist de aard van het strafproces bij de complexiteit heeft betrokken, de vordering door juridische en feitelijke aspecten toch complex is, waardoor toevoeging gerechtvaardigd blijft.
Verder wijst de Afdeling het standpunt van de raad af dat [wederpartij] zich had moeten aansluiten bij organisaties die reeds in de strafzaak waren vertegenwoordigd, omdat diens belangen niet identiek zijn. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, de raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad wordt ongegrond verklaard en de toevoeging aan [wederpartij] wordt bevestigd.