ECLI:NL:RVS:2018:1494
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 februari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat op 27 maart 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening tegen zijn uitzetting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hij exclusief bevoegd was om het verzoek te behandelen en dat tegen de feitelijke uitzetting geen bezwaar openstond. De vreemdeling verzocht om te worden beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen gedurende die periode.
Gelet op eerdere jurisprudentie kwam het verzoek voor toewijzing in aanmerking. De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.