ECLI:NL:RVS:2018:1497
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat op 27 maart 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen zijn uitzetting en om opvang en verstrekkingen gedurende de procedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hij exclusief bevoegd was om het verzoek te behandelen en dat tegen feitelijke uitzetting geen bezwaar openstaat. Het verzoek werd aangemerkt als een aanvulling op het hoger beroep. Gezien de omstandigheden en eerdere jurisprudentie werd het verzoek toewijsbaar geacht.
Daarom bepaalde de voorzieningenrechter dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd op 3 mei 2018 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel, in aanwezigheid van griffier M.E.E. Wolff.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.