ECLI:NL:RVS:2018:15
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 1 mei 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 9 november 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep was beslist, en om gedurende die periode opvang en verstrekkingen te ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.