ECLI:NL:RVS:2018:1582
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herregistratie chirurg wegens onvoldoende patiëntgebonden zorg
De registratiecommissie heeft de aanvraag van appellant om herregistratie in het register heelkunde afgewezen omdat hij niet voldoende patiëntgebonden zorg heeft geleverd in de referteperiode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag. Appellant stelde werkzaamheden te hebben verricht in het VUmc en in Zambia, maar de overgelegde bewijsstukken waren onvoldoende objectief en niet verenigbaar.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant zelf opgestelde overzichten en de verklaring uit Zambia niet voldeden aan de bewijsvereisten. De verklaring uit Zambia was te algemeen, onduidelijk over de aard en omvang van de werkzaamheden en niet te verenigen met de werkzaamheden in het VUmc. Appellant weigerde bovendien toestemming voor bemiddeling om aanvullende bewijsstukken te verkrijgen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de verklaring uit Zambia wel degelijk voldoet, maar de Raad van State oordeelt dat de registratiecommissie terecht aanvullende bewijsstukken mocht verlangen en dat de afwijzing niet onevenredig is. Ook het betoog over het ontbreken van een uitvoeringscommissie faalt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De herregistratie van appellant als chirurg wordt afgewezen wegens onvoldoende aantoonbare patiëntgebonden zorg.