ECLI:NL:RVS:2018:1598
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt proceskostenvergoeding na vernietiging deel uitspraak rechtbank
De vreemdeling werd bij besluit van 21 februari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 maart 2018 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het eerste grief van de vreemdeling niet tot vernietiging van de uitspraak leidt, maar dat het tweede grief, dat betrekking heeft op de toekenning van een proceskostenvergoeding bij een gebrek in de voorafgaande ophouding of verlenging daarvan, slaagt.
De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank de staatssecretaris niet veroordeelde tot vergoeding van proceskosten en bevestigt het overige van de uitspraak. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €1.503 aan proceskosten, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.503 aan proceskosten aan de vreemdeling.