ECLI:NL:RVS:2018:1623
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve vaststelling kinderopvangtoeslag 2011 ondanks betwisting uren en kosten
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland, waarin het beroep tegen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag 2011 door de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde dat zij meer opvanguren had genoten dan door de Belastingdienst werd aangenomen, en dat zij meer kosten had gemaakt dan vastgesteld. Zij overhandigde een herziene jaaropgave en bankafschriften, maar kon niet aantonen dat de extra kosten daadwerkelijk in 2011 waren betaald. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd.
De Raad van State bevestigde dit oordeel. Het is aan appellant om aan te tonen dat zij de kosten volledig heeft voldaan. De Belastingdienst was bevoegd om de toeslag definitief vast te stellen binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het toeslagjaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag 2011 door de Belastingdienst wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.