ECLI:NL:RVS:2016:1485
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Belastingdienst tot herziening voorschot en definitieve vaststelling kinderopvangtoeslag na termijnoverschrijding
In deze zaak gaat het om de vraag of de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is om het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2007 zes jaar later te herzien en de toeslag definitief op nihil vast te stellen. Appellant had in 2007 zijn kinderen laten opvangen bij een gastouder en ontving een voorschot van €16.236. De Belastingdienst/Toeslagen herzag dit voorschot in 2014 en stelde het op nihil, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen de beslistermijn van artikel 19 Awir Pro had overschreden en de besluiten van 2014 vernietigde. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel, maar verduidelijkt dat de Awir geen expliciete termijn bevat waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is tot herziening en definitieve vaststelling. Wel geldt op grond van artikel 21 Awir Pro een vervaltermijn van vijf jaar na het berekeningsjaar voor herziening in het nadeel van de aanvrager.
De Afdeling volgt de conclusie van de staatsraad advocaat-generaal dat de bevoegdheid tot herziening van het voorschot en definitieve vaststelling van de toeslag op een lager bedrag dan het voorschot vervalt vijf jaar na het berekeningsjaar. Omdat in deze zaak meer dan zes jaar waren verstreken, was de Belastingdienst/Toeslagen niet bevoegd de toeslag op nihil vast te stellen en terugvordering te vorderen. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van de proceskosten van appellant, met uitzondering van reiskosten van de belastingadviseur. De uitspraak bevat tevens een uitgebreide toelichting op het wettelijke kader van de Awir, de Wkkp en de toepasselijke termijnen en bevoegdheden van de Belastingdienst/Toeslagen.
Uitkomst: De Belastingdienst/Toeslagen was niet bevoegd om het voorschot en de toeslag na vijf jaar te herzien en vast te stellen op nihil; de besluiten van 2014 worden vernietigd.