ECLI:NL:RVS:2018:1630
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging samenhangende vergoeding voor rechtsbijstand bij bezwaar bijzondere bijstand
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand. De raad had voor twee afzonderlijke toevoegingen een samenhangende vergoeding vastgesteld omdat de bezwaarprocedures inhoudelijk verknocht waren en aansluitend werden behandeld.
De appellant voerde aan dat de zaken niet verknocht zijn omdat het om verschillende besluiten en gronden ging. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog echter dat zaken niet identiek hoeven te zijn om verknocht te zijn; het gaat om een inhoudelijke samenhang die betrekking heeft op dezelfde problematiek. Beide besluiten betroffen negatieve beslissingen op verzoeken om bijzondere bijstand en dezelfde rechtsvraag over de toepassing van artikel 35 Participatiewet Pro speelde in beide zaken.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de zaken samenhangend zijn en dat de samenhangende vergoeding terecht is vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.