ECLI:NL:RVS:2011:BS8837
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging samenhangende procedures bij vergoeding rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand
De appellant had voor dezelfde rechtszoekende twee toevoegingen ontvangen voor beroepsprocedures over de verlaging van een uitkering en de weigering van langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand. De raad voor rechtsbijstand kende hiervoor een vergoeding toe op basis van samenhangende procedures volgens artikel 11 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr 2000).
De rechtbank Amsterdam stelde zich op het standpunt dat de procedures samenhangend waren omdat ze gelijktijdig werden behandeld en inhoudelijk verknocht waren, en wees het beroep van appellant af. Appellant voerde aan dat de rechtbank het begrip 'verknocht' te ruim had geïnterpreteerd, omdat de procedures verschillende wettelijke grondslagen hadden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er sprake was van samenhangende procedures, aangezien de zaken inhoudelijk nauw verbonden waren en gelijktijdig ter zitting werden behandeld. De verschillende toepasselijke wettelijke voorschriften maakten geen wezenlijk verschil in de problematiek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.