ECLI:NL:RVS:2018:1634
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkverklaring Wob-verzoek wegens misbruik van recht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft een Wob-verzoek van 6 december 2015 gedeeltelijk afgewezen en het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk verklaard wegens vermeend misbruik van recht. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde dit bezwaar wel ontvankelijk en vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het Wob-verzoek een omvangrijke hoeveelheid documenten omvatte uit personeelsdossiers van meer dan 100 medewerkers van de afdeling Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Het college had aannemelijk gemaakt dat het verzoek een onevenredige belasting vormde en dat het verzoek niet in redelijke verhouding stond tot het belang van openbaarmaking. Tevens bleek uit de feiten dat de gemachtigde van de wederpartij financieel gebaat was bij het incasseren van dwangsommen en proceskostenvergoedingen, wat duidde op misbruik van bevoegdheid.
De Afdeling stelde vast dat de bevoegdheid tot het indienen van een Wob-verzoek niet mag worden misbruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven, en dat dit hier het geval was. De handelwijze van de gemachtigde en de wederpartij werd als kwade trouw aangemerkt. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het bezwaar alsnog ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.