ECLI:NL:RVS:2018:1655
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: vernietiging uitspraak en vergoeding toegekend
Bij besluit van 1 maart 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 19 maart 2018 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten onrechtmatig is, zoals eerder vastgesteld in een andere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:1491). Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit gegrond en kende een vergoeding toe over de periode van 1 maart 2018 tot 13 maart 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die door de vreemdeling zijn gemaakt voor rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij mr. N. Verheij als lid en mr. H. Vonk als griffier aanwezig waren. De uitspraak werd op 18 mei 2018 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en een schadevergoeding toegekend voor onrechtmatige vreemdelingenbewaring.