ECLI:NL:RVS:2018:1491
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid nieuwe werkwijze bewaring rechtmatig verblijvende Dublinclaimanten
De vreemdeling, een rechtmatig verblijvende Dublinclaimant, werd op 22 januari 2018 in bewaring gesteld volgens een nieuwe werkwijze waarbij het voorafgaand horen achterwege bleef. De rechtbank oordeelde dat dit onrechtmatig was omdat het voorafgaand horen de hoofdregel is en slechts in uitzonderlijke gevallen mag worden afgeweken. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste de nieuwe werkwijze en concludeerde dat de staatssecretaris niet aannemelijk heeft gemaakt dat de praktische bezwaren een uitzondering op de hoorplicht rechtvaardigen. De jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling vereisen dat de vreemdeling voorafgaand aan de maatregel wordt gehoord, zodat zijn belangen kunnen worden meegewogen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris geen wetswijziging kan doorvoeren die afwijkt van de vereisten van de Dublinverordening. Ook het argument dat de schending van het verdedigingsbeginsel niet tot een andere uitkomst zou leiden, werd verworpen omdat de schending structureel is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €501,00 ten behoeve van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris onrechtmatig is en wijst het hoger beroep af.