ECLI:NL:RVS:2018:1662
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: vernietiging uitspraak en vergoeding toegekend
De vreemdeling werd bij besluit van 28 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten onrechtmatig was, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 2 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1491).
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel reeds was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. De vreemdeling kreeg een vergoeding van €1.200 toegekend voor de periode van 28 maart tot 12 april 2018. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.503, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een vergoeding toegekend aan de vreemdeling.