ECLI:NL:RVS:2018:1677
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake kinderopvangtoeslag 2010 na afwijzing herzieningsverzoek
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek tot herziening en definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011. De rechtbank verklaarde het beroep over 2011 ongegrond na toezegging van de Belastingdienst om de toeslag alsnog toe te kennen, en vernietigde het besluit over 2010 wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep heeft appellante betoogd dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het besluit over 2010 in stand hield en dat zij alsnog een overeenkomst met uurtarief had overgelegd. De Afdeling oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij de volledige kosten had betaald, waardoor geen recht op toeslag bestond. Het hoger beroep over de vaststelling 2010 is ongegrond.
Verder is het hoger beroep over het herzieningsverzoek 2010 niet-ontvankelijk omdat de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gebleven en appellante geen belang meer heeft bij de beoordeling. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep over de herziening kinderopvangtoeslag 2010 is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank over de definitieve vaststelling 2010 bevestigd.