ECLI:NL:RVS:2018:1699
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning voor vlonders op minicamping Meliskerke
Het college van burgemeester en wethouders van Veere weigerde op 13 januari 2016 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van 18 vlonders met een totale oppervlakte van 1.062 m2 op een perceel te Meliskerke. De aanvragers, [appellant A] en [appellant B], stelden beroep in tegen deze weigering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd gegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde dat de termijn voor het indienen van zienswijzen onrechtmatig kort was vastgesteld op zes dagen in plaats van de wettelijk voorgeschreven zes weken. De ingediende e-mail van een adviseur kon niet als zienswijze worden aangemerkt, en het college had de termijn niet verlengd ondanks verzoeken daartoe. Hierdoor was de aanvrager onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen, wat niet met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd.
Daarnaast stelde de Afdeling vast dat het college in strijd met de wettelijke bepalingen de gemeenteraad niet tijdig had geïnformeerd en geen verklaring van geen bedenkingen had gevraagd. De rechtbank had dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd, maar de Afdeling stelde dat het college dit bij een nieuw besluit alsnog moet doen.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat een brief uit 2009 geen concrete toezeggingen bevatte over de vergunning. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de wettelijke procedure.