Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 14 juni 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
en [naam eiser](eiser), te [naam woonplaats] , eisers,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere om het bezwaar tegen de weigering van een omgevingsvergunning niet-ontvankelijk te verklaren en ongegrond te verklaren. Eisers stelden dat eiser belanghebbende is en dat er sprake is van nieuw gebleken feiten, onder meer vanwege wijzigingen in het bestemmingsplan en een verklaring over toezeggingen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen belanghebbende is omdat hij geen direct persoonlijk belang heeft bij het besluit. De aanvraag van eiseres betreft hetzelfde als een eerdere aanvraag die al was afgewezen. De rechtbank onderschrijft het standpunt dat de wijzigingen in het bestemmingsplan geen nieuwe of veranderde omstandigheden vormen die het besluit kunnen beïnvloeden. Ook de stelling dat het bestemmingsplan strijdig zou zijn met de Dienstenrichtlijn is niet relevant in deze procedure.
De rechtbank overweegt dat het college terecht heeft afgezien van behandeling van de herhaalde aanvraag op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Peters op 14 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.