ECLI:NL:RVS:2018:1704
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag extra uren rechtsbijstand in strafrechtelijke procedure
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om slechts 20 extra uren rechtsbijstand toe te kennen voor een strafrechtelijke procedure. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang en het beroep van appellant sub 2 ongegrond.
In hoger beroep betogen appellanten dat de strafzaak nog niet was beëindigd bij het indienen van het beroepschrift en dat het niet toekennen van extra uren het recht op rechtsbijstand in de hogerberoepsprocedure zou schenden. De Afdeling volgt dit niet en stelt dat het procesbelang wordt beoordeeld op het moment van de beoordeling van het beroep, waarop de strafzaak in eerste aanleg al was afgerond.
Voorts is geoordeeld dat de Raad voor Rechtsbijstand voldoende gemotiveerd heeft dat 20 extra uren objectief gezien toereikend zijn voor de resterende werkzaamheden, waaronder het bestuderen van usb-data en de procesafhandeling. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.