ECLI:NL:RVS:2018:1708
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag remigratievoorzieningen wegens onvoldoende aaneengesloten verblijf in Nederland
De appellant verzocht om remigratievoorzieningen, maar de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan het vereiste van minimaal acht jaar aaneengesloten verblijf in Nederland voorafgaand aan de aanvraag.
Na eerdere procedures vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak het eerdere besluit en bepaalde dat het bezwaar opnieuw moest worden beoordeeld. Bij hernieuwd besluit bleef de afwijzing in stand met als grond dat appellant niet aan het verblijfsvereiste voldeed. Appellant voerde aan dat dit vereiste niet voor hem gold omdat hij Nederlander is en dat hij ten onrechte niet is gehoord over deze nieuwe afwijzingsgrond.
De Afdeling oordeelde dat het verblijf voorafgaand aan de aanvraag aaneengesloten moet zijn en dat appellant dit niet kon aantonen. Ook was het horen voorafgaand aan het besluit noodzakelijk, maar omdat appellant in de beroepsprocedure alsnog voldoende gelegenheid had zijn standpunt toe te lichten, was hij niet in zijn belangen geschaad. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De raad van bestuur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag remigratievoorzieningen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aaneengesloten verblijf in Nederland.