ECLI:NL:RVS:2018:1710
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verwijdering financiële gegevens in bijstandsdossier partner
Appellant verzocht het college om zijn financiële gegevens uit het bijstandsdossier van zijn partner te verwijderen of onherkenbaar te maken. Het college wees dit verzoek af omdat de gegevens feitelijk juist, niet in strijd met wettelijke voorschriften en ter zake dienend zijn voor de uitvoering van de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de financiële gegevens relevant zijn voor de beoordeling van het recht op bijstand van zijn partner, mede vanwege mogelijke samenwoning en vermogenspositie. Appellant stelde in hoger beroep dat de gegevens niet noodzakelijk waren voor het fraudeonderzoek en dat de rechtbank de term 'ter zake dienend' te ruim had uitgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de gegevens niet heeft verwerkt om het vermogen van appellant bij dat van zijn partner op te tellen, maar om het vermogen van de partner zelf te beoordelen. De gegevens waren relevant omdat de partner mogelijk financiële middelen van appellant wilde gebruiken voor de aankoop van een perceel land, wat van belang is voor de vaststelling van haar vermogen en de beoordeling van uitkeringsfraude.
Verder stelde appellant dat het college niet had voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, maar de Afdeling vond dat de rechtbank hier terecht op had beslist. De verwerking van de persoonsgegevens was noodzakelijk voor de goede vervulling van de publiekrechtelijke taak van het college. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verwijdering van financiële gegevens uit het bijstandsdossier van de partner.