ECLI:NL:RVS:2018:1711
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet voldoen toeslagpartner aan woonvereiste
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de kinderopvangtoeslag van appellante over 2014 definitief vastgesteld op nihil en het ontvangen voorschot van €13.405 teruggevorderd omdat haar toeslagpartner niet voldeed aan het woonvereiste van artikel 1.6, derde lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp).
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de toeslagpartner terecht als zodanig was aangemerkt en dat appellante geen recht had op kinderopvangtoeslag. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen nader onderzoek had gedaan en dat haar partner, ondanks verblijf in het buitenland, als inwoner van Nederland moest worden beschouwd vanwege zijn persoonlijke en economische bindingen.
De Raad van State overwoog dat het verblijf van de partner in Libië en Malta betekent dat hij niet in Nederland woonde in 2014 en dat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor kinderopvangtoeslag. De door appellante overgelegde facturen en documenten boden onvoldoende bewijs van daadwerkelijke arbeid in Nederland of inschrijving voor studie in Malta. Ook het beroep op het recht op eigendom uit het EVRM faalde omdat voorschotten geen materiële aanspraak vormen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de kinderopvangtoeslag bevestigd.