ECLI:NL:RVS:2018:1713
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en vergoeding na onrechtmatige bewaring van Dublinclaimanten
Bij besluiten van 28 februari 2018 zijn meerdere vreemdelingen, waaronder minderjarige kinderen, in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde hun beroepen tegen deze bewaring ongegrond en wees hun verzoek om schadevergoeding af. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de nieuwe werkwijze van de staatssecretaris sinds 31 oktober 2017 bij het in bewaring stellen van Dublinclaimanten onrechtmatig was, zoals eerder vastgesteld in een uitspraak van 2 mei 2018. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De beroepen van de vreemdelingen tegen de bewaring werden alsnog gegrond verklaard. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing meer gegeven. De vreemdelingen kregen een vergoeding toegekend over de periode van bewaring tot aan de opheffing, variërend van 13 tot 20 maart 2018 per individu.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, ter hoogte van € 2.004,00, volledig toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring onrechtmatig bevonden en een vergoeding toegekend.