ECLI:NL:RVS:2018:1714
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 9 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe wegens de onrechtmatige bewaring. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen de uitspraak, met name tegen de hoogte van de toegekende schadevergoeding en verzocht tevens om proceskostenvergoeding.
De Raad van State oordeelde dat zij niet bevoegd was om het hoger beroep te behandelen voor zover het betrekking had op de hoogte van de schadevergoeding, omdat de wet dit niet toestaat. Wel oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten voor het verschijnen ter zitting.
De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover het de proceskosten betreft en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.002,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. De overige onderdelen van het hoger beroep werden afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €1.002,00 en verklaart zich onbevoegd over de hoogte van de schadevergoeding.