ECLI:NL:RVS:2018:3075
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 14 mei 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de maatregel op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde, dat niet-ontvankelijk werd verklaard.
De staatssecretaris betoogde dat er wel degelijk redelijk zicht was op uitzetting, mede vanwege een lopende aanvraag voor een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten en afspraken over presentaties, hoewel de vreemdeling een geplande presentatie had geweigerd. De rechtbank had onvoldoende gewicht toegekend aan deze feiten en de voortvarendheid van de staatssecretaris bij de uitzetting.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting was en dat de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard met afwijzing van schadevergoeding.