ECLI:NL:RVS:2018:1752
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onderbemanning op binnenvaartvaartuig
De minister legde [appellante] een bestuurlijke boete van €1.400,- op wegens overtreding van de Binnenvaartwet door het niet voortdurend aan boord hebben van de minimumbemanning op een duwstel op 2 april 2015. De boete was gebaseerd op een tekort van een matroos en een machinist of matroos-motordrijver.
[Appellante] voerde onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte de minimumbemanning volgens de linkerkolom van artikel 3.16 Rsp had toegepast en dat de boete onredelijk hoog was, mede omdat de veiligheid niet in het geding was. De rechtbank had geoordeeld dat de bemanning diende te bestaan uit zes leden, waaronder een machinist, en dat er sprake was van onderbemanning.
De Raad van State verwierp de bezwaren van [appellante]. De Afdeling oordeelde dat de minister terecht was uitgegaan van de minimumbemanning voor uitrustingsstandaard S1 en dat de afwezigheid van een schipperspatent bij de stuurman de toepassing van de linkerkolom rechtvaardigde. Ook was de boete proportioneel en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en de geldende regelgeving.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat sprake was van onderbemanning en niet van onderkwalificatie, en dat de boete terecht was opgelegd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €1.400,- wegens het niet voldoen aan de minimumbemanning op het binnenvaartvaartuig.