ECLI:NL:RVS:2018:1820
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervroegd sluitingsuur horeca-inrichting wegens geluidsoverlast
De burgemeester van Leiden stelde bij besluit van 29 september 2016 een vervroegd sluitingsuur van 24.00 uur vast voor de horeca-inrichting [bedrijf] aan de [locatie] voor een periode van zes weken vanwege geluidsoverlast die de openbare orde verstoorde. Tevens werd een voorwaardelijk vervroegd sluitingsuur opgelegd, dat later bij bezwaar werd omgezet in een waarschuwing.
De exploitant betoogde dat hij maatregelen had genomen om geluidsoverlast te beperken, waaronder dubbele beglazing en deurbeleid, en voerde aan dat een lekkage in het plafond de geluidsisolatie had aangetast, waardoor geluid zich via het plafond verspreidde. Hij stelde dat hij door herstelwerkzaamheden de inrichting nauwelijks kon exploiteren en dat het opleggen van het sluitingsuur disproportioneel was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de burgemeester binnen zijn bevoegdheid had gehandeld. De Raad van State bevestigde dit oordeel, omdat de exploitant onvoldoende bewijs had geleverd voor de lekkage en de gevolgen daarvan, en omdat hij als exploitant verantwoordelijk is voor het voorkomen van geluidsoverlast.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het besluit niet in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan de belangen van de exploitant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vervroegd sluitingsuur van 24.00 uur voor zes weken wordt bevestigd.