ECLI:NL:RVS:2018:1821
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging doorhaling plaats op marktlijst na afzien vaste marktplaats Waterlooplein
Appellant stond sinds 1992 op de sollicitantenlijst van de markt op het Waterlooplein en wilde geen vaste marktplaats innemen, maar wel meedingen naar losse plaatsen. Na het afzien van een vaste marktplaats in 2015 heeft het college zijn plaats op de marktlijst doorgehaald. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de vergunning niet heeft ingetrokken, maar dat het doorhalen van de plaats op de marktlijst terecht was op grond van artikel 3.6 van de Marktverordening. Dit artikel verplicht het college tot doorhaling indien de houder weigert een vaste marktplaats te aanvaarden. Het behoud van het anciënniteitsnummer zonder vaste marktplaats past niet binnen de systematiek van de verordening, die de continuïteit van de markt waarborgt.
Appellant stelde dat hij niet om intrekking van de vergunning had verzocht en dat het college hem had moeten informeren over de consequenties. De Afdeling vindt dat appellant op de hoogte was van de gevolgen en dat het college geen fout heeft gemaakt door het verzoek niet te laten intrekken. Ook het betoog dat het college het besluit niet tijdig nam, faalt omdat de beslistermijn een termijn van orde is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de doorhaling van de plaats op de marktlijst bevestigd.