ECLI:NL:RVS:2018:1850

Raad van State

Datum uitspraak
6 juni 2018
Publicatiedatum
6 juni 2018
Zaaknummer
201709380/1/A1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek van verzoekster tot herziening van haar zaak, waarin eerder een uitspraak was gedaan die onherroepelijk was geworden. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien nieuwe feiten of omstandigheden, die voor de uitspraak hebben plaatsgevonden maar niet bekend waren, tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

Tijdens de behandeling op 29 mei 2018 heeft verzoekster haar standpunten toegelicht, maar heeft zij geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht die aan de criteria voor herziening voldoen. De Afdeling benadrukte dat onenigheid met de eerdere uitspraak op zichzelf geen grond is voor herziening.

Gelet op het ontbreken van relevante nieuwe feiten of omstandigheden is het verzoek tot herziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 6 juni 2018 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak is afgewezen.

Uitspraak

201709380/1/A1.
Datum uitspraak: 6 juni 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
verzoekster,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van de uitspraak van de Afdeling van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1.
Procesverloop
Bij uitspraak van 15 november 2017 in zaak nr. 201609224/1/A1 heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 oktober 2016 in zaak nr. 16/169 bevestigd. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.
[verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien.
De Afdeling heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 mei 2018, waar [verzoekster] is verschenen.
Overwegingen
1.    Artikel 8:119, eerste lid, van de Awb luidt:
"De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden."
2.    Met een verzoek om herziening kan het geschil waarin eerder onherroepelijk is beslist niet opnieuw in volle omvang aan de rechter worden voorgelegd. Een verzoek om herziening is een buitengewoon rechtsmiddel dat slechts kan worden ingeroepen indien voor de zaak relevante feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden voor de uitspraak, maar op dat moment niet bekend waren en konden zijn, alsnog bekend worden. [verzoekster] heeft dergelijke feiten en omstandigheden niet naar voren gebracht. Dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Afdeling betekent niet dat de uitspraak moet worden herzien.
3.    Gelet op het vorenstaande dient het verzoek te worden afgewezen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, griffier.
w.g. Troostwijk    w.g. Van der Maesen de Sombreff
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2018
190-860.