ECLI:NL:RVS:2018:1872
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens strijd met rechtszekerheid in bouwvergunningszaak
Appellant exploiteert een kiwibessen-kwekerij op een perceel met de bestemming 'Agrarisch - Komgebied' zonder agrarisch bouwvlak. Het college legde meerdere lasten onder dwangsom op vanwege illegale bouwwerken en opslag op het perceel. Last 4 van het besluit van 19 januari 2016, betreffende verwijdering van een verdiepingsvloer, dakplaten en ramen, werd bij een later besluit gedeeltelijk ingetrokken, maar het besluit op bezwaar bleef onduidelijk en strijdig, wat rechtsonzekerheid veroorzaakte.
De overige lasten betroffen het verwijderen van een nieuw bijgebouw, hooischuur, schuur, opslag en containers, die zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan waren opgericht. Het college was bevoegd om handhavend op te treden, en het ontbreken van concreet zicht op legalisering werd bevestigd, mede omdat het college niet bereid was medewerking te verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan en er geen ontwerpbestemmingsplan was dat legalisering mogelijk maakte.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat het verwijderen van de bouwwerken de enige mogelijkheid was om de overtredingen te beëindigen. De betwisting van de hoogte van de dwangsommen faalde, omdat deze in redelijke verhouding stonden tot de ernst van de overtreding en het belang van handhaving.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond vanwege de rechtsonzekerheid rond last 4, vernietigde het besluit op bezwaar en herroept het besluit van 19 januari 2016 voor zover dat last betreft. De overige lasten en besluiten blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Last 4 van het dwangsombesluit wordt vernietigd wegens rechtsonzekerheid, overige lasten blijven gehandhaafd, en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.