ECLI:NL:RVS:2018:1895
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 maart 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft deze afwijzing op 25 april 2018 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij geen uitvoering hoefde te geven aan het vonnis van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling heeft een schriftelijke reactie ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven, maar dat het belang van de staatssecretaris bij het verzoek onvoldoende was omdat het alleen ging om het voorkomen van een dwangsom, wat geen zwaarwegend belang is. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.